Bijlage A — Dark web

Het internet is vergelijkbaar met de echte wereld: het heeft goed verlichte plekken die iedereen kan zien, maar ook verborgen achterbuurten. Je kan het internet daarom het best voorstellen als een ijsberg met drie lagen:

De internet ijsberg

De internet ijsberg

Waarom bestaat het dark web?

Een belangrijk uitgangspunt: het gewone internet is niet anoniem. Via je IP-adres, cookies, logs van providers en talloze trackers ben je bijna altijd traceerbaar. Voor de meeste mensen is dat geen probleem, maar voor sommigen wél.

Er zijn immers landen die het hele internet in de gaten houden of censureren, zoals China, Saudi-Arabië, Iran, Egypte, Noord-Korea en Cuba. Dat toezicht kent verschillende vormen:

  • Volledige controle: de overheid monitort al het verkeer en logt wie wat doet.
  • Blacklisting: bepaalde sites of diensten (sociale media, nieuwssites, messengers) worden gewoon geblokkeerd.

In die context biedt het dark web een veilige ruimte voor journalisten, activisten en klokkenluiders om zich vrij en anoniem te uiten. Denk aan het belang van een schuilnaam (nom-de-plume): niet iedereen (en zeker niet de overheid) moet weten wat jij in je vrije tijd leest, schrijft of bespreekt. Anonimiteit is zo een belangrijk hulpmiddel voor vrije meningsuiting en democratie. Ook heel wat kranten bieden daarom een anonieme brievenbus via TOR aan voor klokkenluiders, en WikiLeaks deed dat al veel langer.

Kenmerken van het dark web

Het dark web onderscheidt zich van het reguliere internet door een aantal kenmerken:

  • Anoniem: je verbinding loopt via meerdere tussenliggende servers, waardoor het zeer moeilijk is om te achterhalen wie welke website bezoekt (zie verder).
  • Versleuteld: het verkeer binnen het TOR-netwerk is versleuteld, zodat wie onderweg meekijkt (je provider, de beheerder van het wifi-netwerk, …) niet ziet wat je doet of waar je naartoe surft.
  • Moeilijk te censureren: het TOR-netwerk bestaat uit duizenden servers, de zogenaamde relais, die door vrijwilligers over de hele wereld gedraaid worden. Er is een handvol centrale servers (de directory authorities) die bijhouden welke relais er bestaan, maar niemand die het netwerk in z’n eentje kan stilleggen. Dat maakt het voor overheden moeilijk om toezicht te houden, te censureren of sites uit de lucht te halen.

Zoals elke technologie kan ook het dark web gebruikt worden voor goede én slechte doeleinden:

  • Legitiem:
    • Journalisten die veilig communiceren vanuit dictaturen.
    • Klokkenluiders en activisten in landen met censuur.
    • Gewoon je privacy beschermen.
  • Crimineel:
    • Handel in drugs, wapens, gestolen data en creditcardgegevens.
    • Verhuur van criminele diensten: van “rent-a-hacker” tot ransomware-as-a-service (zie Wie zijn de stropers?).
    • Verspreiding van kindermisbruikmateriaal.

Belangrijk om te onthouden: anonimiteit is geen vrijgeleide. Als je iets illegaal doet op het dark web, ben je gewoon strafrechtelijk vervolgbaar, en politiediensten hebben wel degelijk middelen om criminelen op het dark web op te sporen. Het dark web is dus niet per definitie illegaal, maar wat je erop doet kan dat wel zijn. Landen zoals Rusland en China blokkeren TOR bovendien, en wie het daar toch gebruikt, kan in de problemen komen.

Het vinden van een evenwicht tussen privacy en vrijheid enerzijds, en opsporing en veiligheid anderzijds, blijft een moeilijke afweging die onze samenleving voortdurend opnieuw moet maken.

Toegang tot het dark web: TOR

De meest gebruikte manier om het dark web te bezoeken is via het TOR-netwerk. De naam zegt het al: TOR werkt met lagen, zoals bij een ui. En die lagen zijn lagen encryptie.

Wanneer je met de TOR-browser een website opvraagt, kiest je browser willekeurig drie relais uit: een guard (de ingang), een middle en een exit (de uitgang). Vervolgens versleutelt je browser je verzoek drie keer na elkaar, elke keer met de sleutel van een ander relais. Dat pakketje gaat dan op weg:

  1. De guard pelt de buitenste laag af. Hij weet wie jij bent (hij ziet je IP-adres), maar ziet enkel dat het pakketje verder moet naar de middle. Wat erin zit en waar het uiteindelijk naartoe gaat, weet hij niet.
  2. De middle pelt de volgende laag af. Hij kent enkel de guard (vorige stap) en de exit (volgende stap). Hij weet dus niet wie jij bent, en ook niet waar je naartoe surft.
  3. De exit pelt de laatste laag af en stuurt je verzoek naar de eigenlijke website. Hij weet dus wel waar je naartoe surft, maar niet wie jij bent.

Elk relais kent dus enkel de vorige en de volgende stap: niemand kent het volledige pad. Het antwoord van de website volgt dezelfde weg terug.

Je verkeer gaat via drie relais. Elk relais pelt één laag encryptie af, tot er na de exit niets meer overblijft.

Je verkeer gaat via drie relais. Elk relais pelt één laag encryptie af, tot er na de exit niets meer overblijft.

Let op dat stukje tussen de exit en de website: daar zit geen TOR-encryptie meer. Surf je via TOR naar een gewone website die nog HTTP gebruikt, dan kan de beheerder van de exit dus perfect meelezen. HTTPS blijft dus ook binnen TOR belangrijk (zie certificaten en HTTPS).

Met TOR kan je dus anoniem naar gewone websites surfen. Maar er bestaan ook websites die enkel binnen het TOR-netwerk bereikbaar zijn: de zogenaamde onion services (vroeger hidden services). Die herken je aan hun .onion-adres. Bij zo’n site verlaat je verkeer het TOR-netwerk nooit: er is dus ook geen exit die kan meekijken, en ook de server zelf blijft anoniem. Dát is wat we doorgaans het dark web noemen. Een .onion-adres open je met de TOR-browser, of met een browser die TOR heeft ingebouwd, zoals Brave.

TOR heeft ook nadelen

  • Snelheid: het TOR-netwerk is relatief traag door de vele tussenstations.
  • Blokkades: sommige websites blokkeren verkeer dat van een TOR-exit komt.
  • Firewalls: veel bedrijfsnetwerken blokkeren TOR standaard.

Browsers zoals Brave maken TOR erg toegankelijk met een “privévenster met TOR”. Handig, maar Brave waarschuwt zelf dat dit minder anonimiteit biedt dan de echte TOR-browser, die bijvoorbeeld veel beter beschermt tegen fingerprinting (je herkennen aan de unieke combinatie van je browserinstellingen).

Waarom moet je dit nu weten?

Als toekomstige cyberboswachter kom je het dark web sneller tegen dan je denkt:

  • Gestolen data: na een datalek duiken wachtwoorden, creditcards en bedrijfsgeheimen vaak op dark web-marktplaatsen op.
  • Criminele tools: exploits, malware en complete aanvalsdiensten zijn er te koop of te huur.
  • Threat intelligence: beveiligingsteams houden het dark web in de gaten. Duiken er gegevens van je eigen bedrijf op, dan weet je dat er iets mis is, liefst nog vóór de aanval.
  • Privacy: wie begrijpt hoe TOR werkt, begrijpt ook beter wat privacy op het internet echt betekent en hoe toezicht en censuur werken.