3. Vragen stellen

Klein beginnen, eerst een plan, en een sjabloon voor elke vraag

Zo, je project kent je klas en je regels. Waarom dan niet meteen typen: “maak mijn hoofdstuk over de cel”? Omdat net daar het vaakst iets misloopt. Je krijgt pagina’s tekst die je allemaal moet nalezen (lees: die je niet allemaal zal nalezen), en die na de eerste alinea al de verkeerde kant op kunnen gaan.

Klein beginnen

Tekening. Een vrolijk robotje kiept een kruiwagen papier uit over een lector. Van hem zijn enkel de bril en een arm met een rode pen nog te zien.

Het poppetje op de tekening heeft zichzelf al in de voet geschoten, en steekt toch nog twee duimen op. Stel kleine vragen in het begin. Vraag geen hele cursus, vraag de paragraaf over de celkern. Een opzet, vijf oefeningen, opmerkingen bij één hoofdstuk: dat kan je in één keer nalezen. Werkt dat, dan maak je je vragen stilletjesaan groter.

Eerst een plan

Tekening. Links een blad met het plan: vier genummerde punten, drie met een rood vinkje en één rood doorstreept, met eronder 'jij stuurt bij'. Een rode pijl met 'ok' wijst naar rechts, naar een stapel tekst met 'pas daarna'.

Wat je zelf doet als je een hoofdstuk schrijft: eerst een opbouw, dan pas tekst. De AI slaat die stap over als je ze niet vraagt. Laat haar dus eerst een plan maken: de opbouw, wat in elk stuk komt, welk leerplandoel erbij hoort. Jij streept door en vult aan, en pas dan zet je haar aan het werk.

Een plan bijsturen is één punt schrappen. Een geschreven hoofdstuk bijsturen is alles opnieuw nalezen. En hier zit jouw vakkennis: welke volgorde werkt in de les, en wat je leerlingen al kennen.

Maak een opzet voor het hoofdstuk De cel, vertrekkend vanuit mijn Leerplandoelen: per doel een kopje, met het beheersingsniveau erbij, en in één zin wat erin komt. Schrijf nog geen tekst.

Leg de opzet naast je Leerplandoelen. Staat elk doel erin, letterlijk? Klopt het beheersingsniveau? Staat er een kopje bij dat bij geen enkel doel hoort, vraag dan waar het vandaan komt.

Het promptsjabloon

Je hoeft niet elke keer opnieuw te bedenken wat er in een vraag moet. Het sjabloon is kort, omdat de rest al in je map en je instructies staat. Vul de haakjes in:

Ik wil [een opzet / vijf oefeningen / een toets] voor [hoofdstuk of onderwerp].
- Doel: leerplandoel [nummer] uit mijn Leerplandoelen, op beheersingsniveau [niveau].
- Voor wie: [graad, richting], en wat ze al kennen volgens mijn Beginsituatie.
- Vorm: [lengte, opbouw, ruimte voor antwoorden].
- Niet: [wat je niet wil zien].
Geef eerst een plan in een genummerde lijst, en wacht tot ik het goedkeur.

Ingevuld voor De cel:

Ik wil vijf oefeningen voor de paragraaf over de vergroting van de microscoop.
- Doel: leerplandoel LPD 6 uit mijn Leerplandoelen, op beheersingsniveau toepassen.
- Voor wie: 3e jaar, 2e graad, en wat ze al kennen volgens mijn Beginsituatie.
- Vorm: van makkelijk naar moeilijk, met vier lege lijnen onder elke vraag voor het antwoord.
- Niet: geen micrometer, die kennen ze nog niet.
Geef eerst een plan in een genummerde lijst, en wacht tot ik het goedkeur.

Kijk in het plan of de fout uit de Beginsituatie erin zit: leerlingen tellen het oculair en het objectief op, terwijl ze moeten vermenigvuldigen. Een oefening die net die fout uitlokt, is de nuttigste van de vijf. Staat ze er niet in, vraag er dan om voor je het plan goedkeurt.

Weet je nog niet wat je wil?

Dan draai je het om, en laat je de AI de vragen stellen:

Blijf me ondervragen tot je duidelijk weet wat ik wil. Geef gerust advies, maar schrijf nog niets. Vraag me telkens of ik akkoord ben met je advies.

Zet je eigen vraag ervoor, bijvoorbeeld “Ik wil een les over het microscopisch preparaat van een ui.”